Evelyn Groenink

Zuid-Afrika | Tussen bittere amandelen en goede hoop, Deel II

Statue of Cecil Rhodes in Kimberley by Flowcomm licensed under CC 2.0

Hoe de Zuid-Afrikaanse studentenbeweging tot zwijgen werd gebracht

In februari dit jaar opent in het Rijksmuseum een tentoonstelling over vier eeuwen van relaties tussen Nederland en Zuid-Afrika. Dat land was eerst niet meer dan een ‘verversingsstation’ voor het schip van Jan van Riebeeck; later, lang nadat deze zijn haag van bittere amandelen had geplant om de ‘inboorlingen’ van zijn kolonie weg te houden, werd het officieel het land van apartheid. Nog later, tijdens en na de anti apartheidsstrijd, inspireerde het Zuid-Afrika van Nelson Mandela wereldwijd een ideaal van multiraciale harmonie.

Het is op dat punt dat de tentoonstelling, Goede Hoop geheten, ophoudt. Maar hoe staat het nu, in 2017, met Zuid-Afrika?

In een vijfdelige serie gaat Evelien Groenink op zoek naar de Mandela-idealen. Bestaat de Zuid-Afrikaanse inspiratie nog in een wereld waarin steeds meer ‘hagen van bittere amandelen’ lijken op te komen? Of is het Zuid-Afrika van Jacob Zuma, van corruptie-beschuldigingen en voortdurende kloven tussen wit en zwart, het bewijs dat ‘het toch niet lukt?’

Groenink is in haar zoektocht zeker niet neutraal. Vroeger anti-apartheidsactivist en getrouwd met voormalig verzetsstrijder Ivan Pillay, heeft zij Zuid-Afrika van dichtbij zien veranderen: van de euforie onder Mandela tot wat door velen wordt beschouwd als de neergang onder Zuma, die zijn macht stoelt op politie- en veiligheidsdiensten. Zijn ‘security cluster’ vervolgt zelfs oude medestrijders die door Zuma als een bedreiging worden gezien. Onder hen is ook Ivan Pillay, de man van de auteur.

Deze maand deel twee: Hoe de Zuid-Afrikaanse studentenbeweging tot zwijgen werd gebracht

De campus met zijn witte gebouwen en nette gazons is omheind met prikkeldraad en Koketso loopt er aarzelend, alsof ze zelf nog niet begrijpt waarom ze haar hier binnen hebben gelaten, rond. Haar t-shirt, rok en gymschoenen zijn van het goedkoopste soort, net als haar zeer kort geknipte geen-kapper-nodig-haar. Als een oudere student haar roept, komt ze plichtsgetrouw vertellen dat ze wacht op een beurs. Als die niet komt, ‘zit ik thuis’. Gontsi, een andere nieuwkomer, verzucht dat haar moeder driekwart van haar minimumsalaris betaalt aan studiegeld. ‘We proberen het vol te houden. Maar dat Afrikaans, daar heb ik moeite mee.’

De Universiteit van Pretoria is van traditioneel goede kwaliteit en dus duur en wit. Ondanks de intense protesten van vorig jaar zijn ook nu nog de meeste colleges in het Afrikaans en is er weinig  te merken van pogingen tot transformatie. De wit-Afrikaanse president van de Tijdelijke-Aangestelde-Niet-Gekozen studentenraad belooft in de campuskrant  ‘de politiek’ dit jaar ver van de universiteit vandaan te houden. ‘Dat is zodat de medische faculteit Wouter Basson kan blijven gebruiken als een rolmodel’, schampert een voormalig medisch student over apartheids notoire gifdokter die hier lesgaf en kennelijk nog steeds in hoge achting staat.(1)

De hoop van 2015

Pessimisme over corruptie, misdaad en voortdurende zwarte armoede in het ‘nieuwe Zuid-Afrika’ was in 2015 even omgeslagen in hoop. Dat kwam door de studentenbeweging: een nieuwe, veelkleurige generatie die de ‘poorten van het leren’ zou openen, zoals het in het Freedom Charter stond; die vervolgens de opgedane wijsheid zou gebruiken om, terug in de getto’s, ook daar de beloften van de ‘regenboognatie’ te vervullen.

Rechtenstudent Brynne Guthrie nam deel aan de protesten op Tuks, zoals de universiteit in de wandeling heet, niet alleen om onderwijs toegankelijker te maken, maar ook minder racistisch en seksistisch. ‘Zwarte studenten werden gezien als een invasie waartegen de witte residenties beschermd moesten worden, met als gevolg een soort apartheid. Vrouwelijke nieuwkomers werden onderworpen aan initiatieriten waarbij ze een wit plastic hoedje moesten “beschermen” tegen mannen die dat probeerden af te pakken, een walgelijke maagdelijkheidsmetafoor.’ Guthrie had rechten gekozen uit een gevoel voor rechtvaardigheid, maar ‘de meeste cursussen bereiden ons voor op het bedrijfsleven’. Ze herinnert zich met warmte de docent die ontmoetingen organiseerde met Khulumani, de activistengroep die nog steeds probeert apartheidsfolteraars en -moordenaars voor het gerecht te krijgen.

Zulke docenten – er waren er wel meer, al waren ze zeker niet in de meerderheid – hadden samen met ouders en voormalige anti-apartheidsactivisten (veel ouders waren voormalige anti-apartheidsactivisten) de protesten gesteund. Ze hadden bijna blij advies uitgedeeld over hoe om te gaan met oproerpolitie en traangas, hadden aan de kant van de straten waar de ‘kinderen’ demonstreerden zonnebrandcrème en flessen water uitgedeeld. Ze hadden gejuicht, sommigen zelfs gehuild, toen blanke studenten een barrière hadden gevormd die hun zwarte collega’s beschermde tegen al te agressief politieoptreden. (Politieagenten, zwart of wit, slaan altijd harder bij het zien van zwart.)

Bij de protesten hadden vooral twee jonge vrouwen indruk gemaakt: ten eerste de nieuwe voorzitter van de studentenraad van de Universiteit van Witwatersrand, de rijzige Nompumelelo Mkhatswa met haar ANC-doek, die zonder met haar ogen te knipperen gepantserde voertuigen tegemoet trad; en ten tweede voormalig SRC-voorzitter Shaeera Kalla, nu minder op de voorgrond, maar net zo vastberaden. Met hen trok de beweging naar het Uniegebouw en slaagde ze erin een ​​schaapachtige Jacob Zuma de gehate studiegeldverhoging voor 2016 te laten vallen.

Geneutraliseerd

Fast forward naar het begin van 2017. Het studiegeld is weer duurder en ook Tuks is weer zijn ommuurde, wit-Afrikaanse zelf. Oorzaak (of excuus, al naar gelang met wie je spreekt): het ‘studentengeweld’ van vorig jaar. Op sommige plaatsen waren gebouwen in brand gestoken en waren stoelen en boeken uit ramen gegooid. De politie had hard opgetreden en ook de door het universiteitsbestuur ingeschakelde particuliere beveiligingsdiensten sloegen er flink op los. Over de eisen van de studenten – volledige studiebeurzen (een stop op verhoging van de kosten maakte immers weinig uit als de oude kosten al onbetaalbaar waren) en ‘gedekoloniseerd’ onderwijs – had niemand het meer.

Nompumelelo Mkhatswa was in diskrediet geraakt. Ze had de fout begaan om als ‘studentenleider’ te poseren voor de cover van een glossy magazine, hetgeen gezien werd als pretentieus: ‘de beweging’ had immers geen ‘leiders’. Tijdens een van de laatste protesten in 2016 werd ook Shaeera Kalla zwaar verwond met dertien rubberen kogels. Ze bracht maanden in het ziekenhuis door. Geen van beiden willen ze nu nog met de pers spreken. Ook andere oudgedienden zijn bang voor de beschuldiging dat ze ‘doen alsof ze de leider zijn’ en zeggen daarom maar liever niets.
Een van Shaeera Kalla’s laatste media-optredens is een radio-interview met, aan het einde, een zin die een beetje vreemd los staat van de rest van haar betoog. ‘Natuurlijk willen we geen regime change’, zegt ze ineens, nadat ze de eisen van #FeesMustFall nog eens heeft uitgelegd. Alsof ze zich plotsklaps herinnert dat ze dat ook nog moet zeggen.

Een complot

De term 'regime change' heeft een rol gespeeld bij de uiteenrafeling van de beweging die geëist had dat de ANC-regering haar beloften nakwam. 'Regime change' was wat de CIA van George W. Bush had uitgevoerd in Irak: een complot door vermeende imperialistische agenten ter onttroning van een ​​gekozen president. In 2016 werd de term steeds vaker toegepast op iedereen die de Zuid-Afrikaanse president bekritiseerde, in de eerste plaats wel door Zuma zelf, die het tientallen malen herhaalde: zijn critici waren agenten van de CIA en van dat andere monster dat als begrip ook steeds sneller om zich heen begon te slaan: ‘White Monopoly Capitalism’.

De redenering van de regime change zei dat zulke imperialistische agenten de studentenbeweging hadden geïnfiltreerd, dat ze geweld gebruikten en dat hun doelwit de regering van Jacob Zuma was. Daarmee zaten de studenten klem. Wie nu nog zijn stem verhief, was een werktuig van de imperialisten en het witte kapitaal.

‘Studenten vertelden me dat de SSA betaalde om tegen regime change te ageren.’

‘Die boodschap werd met opzet verspreid’, zegt een ANC-leider annex universitair docent, die zowel goede contacten onder de studenten heeft als in het staatsapparaat. ‘Studenten vertelden me dat de SSA betaalde om tegen regime change te ageren.’ De SSA is de State Security Service, de geheime dienst, die geleid wordt door Zuma-loyalist minister David Mahlobo. Diezelfde Mahlobo had tot twee keer toe de nieuwe Wits SRC voorzitter in 2016, Mcebo Dlamini, bij hem thuis uitgenodigd. ‘Velen van ons werden op die manier benaderd. Dan ga je, je bent immers net als hij lid van het ANC’, vertelt Thato Magogodi, een voormalig studentenleider.

Het was misschien toeval dat, net in die periode dat Mcebo Dlamini op de thee ging bij de minister van Staatsveiligheid, diezelfde Dlamini op Facebook blanken met Adolf Hitler vergeleek.(2) Het was wellicht ook toeval dat er 'fuck whites’-leuzen op de muren van Wits begonnen te verschijnen. Maar de focus van de studentenbeweging verschoof meer en meer naar een anti-witte campagne. Die werd wederom flink aangemoedigd door Jacob Zuma zelf, die in reactie op kritiek tegen de plundering van de staatskas door zijn côterie van ‘tenderpreneurs’, de zakenlieden die profiteren van overheidsopdrachten, onverminderd bleef hameren op het 'witte-monopoliekapitaal' als obstakel op de weg van ‘economische transformatie’.

Zuma-propagandisten op wat nu bekend staat als paid Twitter hadden het vaak niet eens meer over ‘wit kapitaal;’ zij fulmineerden simpelweg tegen ‘witte racisten’ en ook wel gewoon tegen ‘witten’. Voor het eerst sinds het einde van de apartheid had Zuid-Afrika weer machthebbers die openlijk rassenhaat propageerden.

Een witte wereld

Het 'witte-monopoliekapitaal'-verhaal zou niet zo effectief zijn als het niet ook waar was. In Zuid-Afrika staat ook vandaag nog wit grotendeels gelijk aan rijk, terwijl de zwarte meerderheid nog steeds verbannen is naar getto's, keukens, schoonmaakwerk en mijnen. De Amahle en Sandile's uit Umlazi (zie de eerste aflevering (januari 2017) zullen nu ze pas 14 zijn nog best tevreden zijn op hun townshipschool met gebroken ramen – hoe kun je blanken haten als je er nooit een ziet? – maar hoe lang zal het duren voor zij, mochten ze ooit de weelderig-witte wereld van de oude gevestigde universiteiten betreden, zullen beginnen te voelen hoe oneerlijk het allemaal is?

Ze zullen rondlopen als Koketso in Pretoria, die wordt gezien als een mindere soort,  met minder geld voor voedsel en boeken, slapend in goedkope townshipkamertjes, rijdend in gammele bussen in plaats van de eigen auto, zich haastend om op tijd op college te zijn waar een witte professor hen glimlachend zal berispen om hun ‘African timing’, blokkend op witte boeken uit een andere wereld.

‘Er zijn honderden scholen waar onze jongeren nog steeds hun eigen taal niet kunnen spreken.'

‘De woede gaat groeien’, zegt Obaratile Semenya, een docent aan de Universiteit van Kaapstad en een actieve deelnemer aan de plaatselijke dekolonisatiebeweging die in 2015 het aanstootgevend kolonialistische Cecil Rhodes-standbeeld van de berg af kukelde. ‘Er zijn honderden scholen waar onze jongeren nog steeds hun eigen taal niet kunnen spreken of hun haar mogen dragen zoals ze het willen.’ Semenya vindt dat de witte academische wereld in zekere zin nog erger is dan het leven op de boerderijen. ‘Daar is het duidelijk dat de witte “baas” degene met de zweep is. Maar als je op de universiteit voelt dat er iets mis is, krijg je te horen dat je het verkeerd ziet. Je bent niet alleen machteloos, maar ook nog eens gek.’

Hij loopt over van de voorbeelden van hoe koloniaal en fout het witte onderwijs nog is. ‘Komt rekenkunde van de Grieken? Hoe hebben de Egyptenaren dan de piramides gebouwd? En waarom moeten we Mars onderzoeken terwijl we nog niet eens weten hoe we voldoende water de townships in kunnen krijgen?’ Hij focust daarbij op ‘witheid’, in plaats van op de overheid. ‘Overheden zullen altijd de rijken dienen. Wat je moet doen, is veranderen wie de rijken zijn.’

Black debt

Zuma zou zich bij die laatste uitspraak heftig knikkend aansluiten, maar te vrezen valt dat zijn happy black few-beleid zich niet zal uitstrekken tot de Amahle’s en Sandile's van Umlazi. ‘We moeten dat corrupte geld terugkrijgen’, zegt Tanele Dlamini, een vierdejaars student met zilverwit geverfd haar, die ik ontmoet op een feestje tijdens de introductieweek van Wits. ‘En dat geld van het witte-monopoliekapitaal ook.’ ‘We hebben beurzen nodig’, valt haar vriendin Phumla Zita bij. ‘Geen leningen. We hebben black debt.’(3)

Beiden hebben een kater van 2016. Dlamini: ‘De politie sloeg ons echt in elkaar. Ze zeiden dat wij gewelddadig waren, maar het waren onbekenden die rotzooi schopten. We dachten dat die misschien wel betaald werden om problemen te maken.’ Zita: ‘Zelfs toen we toestemming hadden om te protesteren op het campusplein wachtte de oproerpolitie ons daar op.’ Wie had die dan gebeld? De universiteitsleiding? De SSA? Een informant? Niemand weet het. ‘Nu vertrouwen we elkaar niet meer.’

‘Dat we beschuldigd werden van regime change heeft ons genekt’, zegt de vicevoorzitter van de studentenraad van Wits, Kaamil Alli, als ik hem en een paar andere raadsleden spreek in hun kantoor op de campus. ‘Maar we willen toch door.’ Hij zucht bij de gedachte aan alles wat nog bereikt moet worden. ‘Ons kantoor wordt overspoeld met mensen die in aanmerking komen voor beurzen maar nul op het rekest krijgen.’

Alle huidige raadsleden zijn het erover eens dat het om meer dan alleen geld gaat. Nontobeko: ‘Ik wil leren over het leven van Thomas Sankara.’(4) Kaamil, die voor dokter studeert: ‘Hoe kan een arts een patiënt helpen als hij of zij de leefwereld van die patiënt niet kent?’ Cebolenkosi: ‘We moeten onze moeders en vaders helpen, die nu uitgebuit worden als contractarbeiders.’(5) Ik ben verbaasd te horen dat, zelfs op Wits, sinds de jaren 1970 een broeinest van progressiviteit, alle senaatsleden op acht na wit zijn.

De ambtenaar is incognito

De hoger-onderwijsambtenaar in Pretoria heeft op zijn koffietafel een stapel officiële tabellen liggen: wat de overheid aan colleges financiert, hoeveel studenten een beurs krijgen, de percentages van de verhogingen door de jaren heen. ‘Maar het is niet genoeg.’ Hij is zeker niet blij met het politieoptreden van vorig jaar en hoopt op nieuwe onderhandelingen, maar geeft wel toe dat de problemen huizenhoog zijn: ‘70 procent van de studenten maakt zijn studie niet af, vooral vanwege financiële problemen, maar ook omdat het basis- en middelbaar onderwijs zo bedroevend is.’ Scholen in de zwarte gebieden lijden onder gebrek aan middelen, maar ook en vooral onder gebrek aan gemotiveerde leerkrachten: absentie, alcoholisme en zelfs misbruik van leerlingen vieren hoogtij. Bovendien kennen veel leerkrachten zelf de materie niet: wiskundeles krijgen van een docent die nauwelijks kan rekenen is geen uitzondering. ‘De jeugd wordt nu niet eens voorbereid op hoger onderwijs, terwijl toch iedereen er naartoe wil.’(6)

Beter onderwijsbeleid is wel mogelijk, denkt de ambtenaar, maar niet zolang Zuma president is. ‘De vriendjespolitiek staat de kwaliteit in de weg.’ Hij bekent dat hij – incognito – bijeenkomsten bezoekt van Save SA, de campagne die om het aftreden van de president roept. Zelfs kabinetsministers hebben zich hier al bij aangesloten.

Deze situatie staat inmiddels bekend als die van een overheid ‘in strijd met zichzelf’. Hetgeen de vraag oproept: als regime change de strijdkreet is, over welk regime hebben we het dan? ‘Als het regime change is om te zeggen dat Zuma weg moet, dan ben ik voor regime change’, zegt veteraan student-activist Thato Mogogodi.

Steun van de voorouders

Drie studenten die ik tegenkom op de campus van de geheel zwarte Tshwane University of Technology, een instelling voor hoger beroepsonderwijs in de township Soshanguve, 35 kilometer buiten Pretoria, zeggen fervent te hopen op vreedzame nieuwe onderhandelingen. ‘Vorig jaar werd er brand gesticht in het examengebouw en konden we pas in januari examen doen. Nu lopen we achter’, zegt een van de drie die gezamenlijk op een bankje onder een boom hun middagpauze doorbrengen. Alle drie komen ze uit Kwazulu-Natal en leren ze voor onderwijzer. Ik feliciteer hen met hun keuze: dit land heeft goede onderwijzers hard nodig. Ze knikken. ‘Onze families steunen ons’, zegt de tweede. ‘We mogen niet afhaken.’Dan realiseer ik me dat het ontlenen van kracht aan de wijsheid van de voorouders toch een van de meest gedekoloniseerde dingen is die ik tijdens deze reportage heb gehoord.

1    Zie voor de achtergrond betreffende het chemische en biologische militaire programma van ‘gifdokter’ Wouter Basson deze studie van Chadre Gould: https://www.nonproliferation.org/wp-content/uploads/npr/73gould.pdf
2    Zie voor de inhoud van Mcebo Dlamini’s Facebook-post dit artikel in Vuvuzela, het blad van de universiteit van Witwatersrand: http://witsvuvuzela.com/2015/04/27/src-president-says-i-love-hitler/
3     ‘Black debt’ is een term die aangeeft dat, terwijl witte families vaak al generaties lang bezit en immateriële waarde verzameld hebben (huis, spaargeld, kansen op erfenis, vertrouwdheid met een werkomgeving en een breder sociaal netwerk waarin meer mensen werk en inkomen hebben), een zwarte jongere die ‘het maakt’ de aspiraties van de hele familie op zijn schouders laadt: de een heeft heeft vervoer nodig, de ander schoolgeld, de derde een lening, en dan moet ook de ijskast van moeder nog worden gevuld.
4    Thomas Sankara is de vader des vaderlands van Burkina Faso.
5    De studenten eisen ook vaste aanstellingen voor non-academisch personeel (schoonmakers, tuinlieden, keukenwerkers) in plaats van lager betaalde en onzekere contractarbeid
6    Het aanmoedigen van middelbare scholieren om beroepsonderwijs te overwegen, met daarbij het vernieuwen en verbeteren van het beroepsonderwijs, is deel van het hoger-onderwijsbeleid. Het land heeft immers niet alleen behoefte aan academici maar ook aan praktische kennis en technici. Probleem hierbij is dat veel ouderwetse beroepscolleges gestigmatiseerd zijn als eertijds onderdeel van het gehate Bantoe-onderwijs.

Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl). Deze serie, of delen ervan, wordt ook gepubliceerd door Maandblad Zuid-AfrikaOneWorld magazine en andere media in Nederland.

ZAM-net Foundation
Tussen de Bogen 66, 1013 JB Amsterdam
+31(0)20-531 8497
info@zammagazine.com

Back to top